Discussieer met ons mee op het Forum. Geef uw mening over de nieuwste technieken.
Lees hier verder over o.a. de oorzaken van Anosmie en andere reukstoornissen.
Verhalen
Oliver Sacks
"...Als gevolg daarvan (een hoofdletsel) was hij zijn reuk geheel kwijtgeraakt. Dit schokte hem hevig:‘Je reukzin?’zegt hij,‘Daar heb ik nooit over nagedacht. Maar toen ik die kwijtraakte was het alsof ik plotseling blind werd. Het leven raakt een groot deel van zijn smaak kwijt, je realiseert je niet hoezeer ‘smaak’ eigenlijk uit geur bestaat. Mijn hele wereld was plotseling veel en veel armer."
Diana Ackermann
“Goed is het allemaal nog niet, dat bleek wel vanmiddag toen ik melk
probeerde warm te maken, het gas had aangestoken en voluit had gezet,
en dat ik pas na drie of meer minuten merkte dat de melk nog koud was.
Had ik al die tijd boven een voluit gaspitje gestaan. Voelt niet erg veilig.
Je bent zo gewend te vertrouwen op je zintuigen. Ik zal wat beter moeten
leren opletten.”
“Ik denk wel dat ik vaker eten weggooi dan iemand die wel kan ruiken.
Ik ben zéér voorzichtig. Als ik ergens zelfs maar een beetje aan twijfel
en er is niemand in de buurt die me kan helpen, dan gooi ik het voor de
zekerheid liever weg. Niets wordt meer door iemand gegeten als de
uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is; niets wordt langer bewaard
dan volgens het Voedingscentrum verstandig is.”
“In het algemeen gesproken gaat zelfs een angst-reducerende werking uit
van de geur van de moeder. Dat is ook min of meer af te leiden uit het feit
dat kleuters, die van hun moeder gescheiden worden, zich gaan hechten aan
vertrouwde objecten als teddyberen, maar ook aan kussenslopen, kledingstukken
van de moeder en dergelijke. Geuren bevestigen en bestendigen de
band tussen mensen.”
“Als we iemand parfum cadeau doen, schenken we hem of haar vloeibare
herinnering. Kippling had gelijk: ‘Een geur raakt eerder een gevoelige snaar
dan wat je ziet of hoort.’ (…) Geur bepaalt in belangrijke mate ons waardeoordeel
over dingen, en ons waardeoordeel over mensen.(…) We hebben
geur dan misschien niet nodig om te overleven, maar zonder voelen we ons
verloren en afgesneden.”
Gerrit Krol
“Niet te beschrijven
Wat een geur doet in je neus
En in het weke van je hersenen,
Een bloem,
strandlucht.
Laatst liep ik op de weg
toen langs mij streek een lucht
van vroeger,
van potten inkt en rekenen,
wat ik in der eeuwigheid zou
zijn vergeten,
ik liep er tegen op.
Men zegt dat van bepaalde
vlindersoorten
het reukvermogen
zich uitstrekt over kilometers.
Maar of het nu de natuur is
of een oude school,
of een meisje dat in je armen staat
en geurt als zeven jaar geleden
of, als het heeft geregend,
de hartverscheurende kracht
van een naaldwoud
- je noemt het,
maar beschrijven kun je het niet.”
Willem J.
“Ik was lekker op vakantie in Zuid-Spanje. Vind jij het
ook zo naar stookolie ruiken?, vroeg ik aan mijn vrouw,
maar zij rook alleen maar de lekkere geuren van eethuisjes
die wij passeerden op de boulevard. Een volle
dag lang dus enkel die stank van stookolie, en de
volgende dag dus niets... ook geen gewone dingen meer.
Soms kwam er dan weer een dag met een vreemde
geur, bijvoorbeeld oud gevernist hout, of rottend hout,
maar soms ook lekkere geuren, bijvoorbeeld vanille of
parfum, maar dat werd uiteraard ook vervelend.’
Nico Hoffer
“De geur van parfums, deodorant, aftershave, gel,
shampoo, zeep, wasmiddel, wasverzachters, de geur
van uitlaatgassen, verf, Anne kan er niet tegen. Ziek
wordt ze ervan, erg ziek. Hoofdpijn, duizelig, ademhalingsmoeilijkheden,
beverig, verwardheid, ‘wazig’-
zien, verschrikkelijk is het. Alleen frisse lucht helpt dan,
schone buitenlucht, géén stadslucht, want die zit vol
benzinedampen en fabrieksgassen.”
Annie Bemelmans
“Twee jaar geleden, op 54- jarige
leeftijd, werd ik door een virusinfectie
plotseling van een heel
goed ruikend iemand tot een
‘geur-dode’. Pas na heel veel
zoeken ben ik achter de benaming
hiervoor - anosmie - gekomen.
Consulteren van KNO-arts en
neuroloog leverde niets op,
bovendien konden zij mij niet
helpen aan namen en adressen
van lotgenoten.
Ongeveer 4 maanden na het
volledig wegvallen van mijn
reukvermogen begon ik heel
vaag een vreemde onbekende
geurwaarneming
te krijgen bij het
naar binnen of naar buiten gaan.
Deze geurwaarnemingen werden
alsmaar intensiever, maar ook
duidelijk heel anders, overwegend
onprettig tot heel vies.
Als anosmiepatiënt kon ik nog vrij
goed eten, weliswaar met een
beperkte smaak, (als ik het tenminste
niet liet verbranden, want dat was
ook flink wennen met koken, waarbij
ik bovendien proefhulp van een
ander niet goed kon missen).
Als parosmiepatiënt kwam ik in een
volkomen vreemde onbegrepen
wereld terecht. Over het algemeen
was het zo dat de lekkere geuren en
smaken van vroeger als zeer intens
vies en de onaangename geuren van
vroeger niet of helemaal niet storend
(anders) werden waargenomen.
Dit was eigenlijk psychisch de moeilijkste
periode voor mij.
Na heel veel zoeken ben ik toen via
de voorzitter van een studiegroep
over dit onderwerp aan naam en
adres van een ‘echte’ lotgenote in
Duitsland gekomen. Dit heeft mij
enorm veel geholpen.
Momenteel is het zo dat ik nu,
waarschijnlijk mede dankzij adviezen
van deze lotgenote (gebruik
van vitamine b-preparaat en
Zinc-orotate tabletten) veranderingen
en in een aantal gevallen ook
verbeteringen in mijn gestoorde
geur- en smaakvermogen
waarneem. Dus voor lotgenoten
misschien ook het proberen
waard.”
Bron: Piet Vroon.
Geuren hebben een grote invloed op het leven. Geuren roepen emotionele en intellectuele reacties
op. Er zijn experimenten gedaan die laten zien dat het gebruik van parfum invloed heeft op de
beoordeling van sollicitanten. Zo is gebleken dat vrouwen in spijkerbroek met T-shirt aantrekkelijker
worden gevonden wanneer zij parfum gebruiken.
Verder verhogen geuren de waakzaamheid, ze kunnen effect hebben op arbeidsprestaties, het kopen
van artikelen en geuren en hebben invloed op agressie en angstgevoelens. Bovendien kunnen geuren
een ontspannende invloed hebben. De geur van de zee heeft vooral dat effect; de spanning van de
gelaatspieren zou bij het waarnemen van een zeegeur met een kleine 20% afnemen.
Elly van der Eijk-van Gaalen
“Toscane, zomer 1999. Ik zou koffie moeten ruiken,
lindebloesem, natte kiezel. Niet iets om over naar
huis te schrijven. Hier en in Umbrië zijn interessantere
zaken om over te berichten. Behalve fresco’s,
kerken, pleinen, opgravingen, zie je steigers met
goudglanzende verbindingsstukken rond kerken in
Assisi. Die worden gerestaureerd na de aardbeving
van 1997. Mijn ogen werken op volle toeren. Maar
mijn neus. Daar schort iets aan. Geen geuren uit huizen,
uit restaurants, van velden. Geen gemaaid gras,
verbrand onkruid, ham, vers brood, zoete bloesem,
wierook, knoflookworst.
Ik ruik niets, erger nog: ik proef ook niets. Eten, wat
kan het mij schelen. Salie op pasta, ziet er prachtig
uit. Truffel op carpaccio, zal best lekker zijn.
Geroosterde eend, niet te versmaden. Voor mij is het
allemaal kaatje egaal. Ja bitter, zoet, zuur en zout.
Daar heb je veel aan zeg.
Het wonder moet zich dus maar eens gaan voltrekken:
ik ga aan de wonderpil. Van de dokter die mijn
aandoening behandelt, mag ik een poosje proeven,
hij heeft mij een recept gegeven. ‘Zuinig mee zijn,
niet te snel gaan gebruiken. Even afwachten of wellicht
vakantierust en schonere lucht heilzaam werken.’
Ik kan ook de onwillekeurige, maar wel jaloersmakende
opmerkingen van mijn man niet langer verdragen.
‘Lekker hè, deze ham, dit warme brood; zullen
we een espressootje nemen? Hier gaan wij eens
lekker eten.’
Alles is zo bij vakantie horend. Dus naar die pil
gegrepen in de stripverpakking. Voor drie weken
vakantie. Ik neem er een, er gebeurt niets, de volgende
dag en de dag erop evenmin. Plotseling als
Neus weer op slot
bij toverslag, ruik ik koffie. Het ontbijt wordt weer een
feest. Een klein ijsje in een ijssalon in Siena: zorgvuldig
smaken uitzoeken. Mmmmmmm, pistache, zuppa
inglése, amarenen.
Toscaanse ham. Die smaakt. Salami. Die proef je de
hele dag. Sla met olijfolie. Een truffeltaartje in een design
lunchroom. Tomaat, kaas, geurige thee, wat een
weelde. Gewone dingen zijn ineens buitengewoon.
De geur van een sjekkie van de buurman, het sigaartje.
Daar kun je van genieten, zeg. De schapen die
worden geschoren, het gras dat wordt gemaaid. Een
muffe kelder, de wereldgeur uit de parfumerie, leer uit
de schoenenwinkel, de zurige lucht van nieuw textiel.
Shampoo, badzeep.
Ik raak door mijn pillen heen. Zal ik ze om de dag
gaan innemen? Kan ik mijn genot rekken op die
manier? Zal ik een halve nemen? Zouden ze dan nog
wel werken? Ik probeer het. Het gaat goed. Ik proef
tot de laatste dag van de vakantie en erna. Ik ruik de
stadslucht van Bologna, het station, de McDonald’s.
Ook hier geniet ik van.
Tot mijn verbazing ruik ik tot 2 weken na de vakantie.
De meegenomen olijfolie, de kruiden, de worst. Ik
blijf nog even in de sfeer. Eten bij vrienden; ik hoef
het niet alleen te hebben van de gezelligheid en kan
de geurige lamsbout en de wijn oprecht prijzen. Maar
dan is het toch gedaan. Het medicijn is uitgewerkt.
Mijn hyperactieve neusslijmvlies doet mijn neus weer
op slot. Het is als bij Assepoester die om middernacht
weer sloofje wordt. Mijn twaalfde uur is het uur
van mijn waarheid. Het is dat ik weet hoe iets smaakt,
want van nu af aan zijn alle smaken en geuren weer
herinnering.”
Gerard van Maasakker
‘Hij doet ’t niet, hij doet, hij kan het niet,
aan m’n neus gaat alles voorbij;
mis ik iets aan kattepis of rotte vis,
moet ik nou m’n tanden niet eens flossen?
Klets ik uit mijn nek,
Of stink ik uit m’n bek?
Tot m’n groot verdriet ruikt-ie ’t niet…’
verhaal 1
“Op mijn werk of een feestje kijk ik altijd naar het
gebak, maar ik laat het meestal aan me voorbij gaan.
Alleen als ik denk dat een gebakje veel van het
mondgevoel in zich heeft neem ik het. Maar het meeste
gebak is nogal slap en week. Een keer per maand
trakteer ik mijzelf op een gebakje. Voor hazelnootslagroomgebak
rijd ik om. Dat bestaat uit lagen schuim
met daarin grof gehakte, meegebakken hazelnoten,
laagjes chocolade en veel wollig geklopte slagroom.”
verhaal 2
“Ik eet op structuur. Vlees, ja lekker, mits goed doorbakken. Vis, lekker,
mits gaar. Alles wat een stevige structuur heeft associeer ik met lekker en
alles wat een slappe structuur heeft komt er niet in. Dat is ook het nadeel
van de meeste groente/fruit: tomaten zijn een slappe,waterige hap, idem
komkommer. Sla is gewoon lucht. Alleen fruit/groente met een stevige
structuur vind ik lekker (peer, appel, banaan) en dan moet je lekker
invullen met niet ruiken of smaak kunnen waarderen.”
“Ik twijfel er niet aan dat ik dingen anders proef dan iemand die wel kan
ruiken, maar mijn eten is zeker niet smakeloos. Dan denk ik: ‘Hoe kan dat
nou? ’Heb ik mezelf getraind om dingen lekker (en vooral niet lekker) te
vinden? Waarom vind ik chocola erg lekker (…)? Gebakken en gefrituurde
aardappelen vind ik lekkerder dan goed voor me is. En ik ben gek op
lekker gekruid vlees. Vis: lekker. Gebakken, gerookt, allemaal prima.
Snoep lijk ik, helaas, in vele soorten en maten erg lekker te vinden. Ik lust
ook veel dingen niet. Van alle soorten pizza’s griezel ik. Nasi; niet voor mij.
Al die gezonde groentes? Nee hoor, ik niet. Maar als je niets kan proeven,
zou je dan juist niet alles moeten lusten?
Denk ik alleen maar dat wat ik proef, of herken ik door uiterlijk en
structuur, de mate van zoet, zout, zuur en bitter wat ik eet?”
“Ik eet op structuur. Vlees, ja lekker, mits goed doorbakken. Vis, lekker,
mits gaar. Alles wat een stevige structuur heeft associeer ik met lekker en
alles wat een slappe structuur heeft komt er niet in. Dat is ook het nadeel
van de meeste groente/fruit: tomaten zijn een slappe,waterige hap, idem
komkommer. Sla is gewoon lucht. Alleen fruit/groente met een stevige
structuur vind ik lekker (peer, appel, banaan) en dan moet je lekker
invullen met niet ruiken of smaak kunnen waarderen.”
Bron:www.niburu.nl “Een slechte adem is voor de toekomstige bezitters van de nieuwste mobiele telefoon van de Duitse producent Siemens binnenkort wellicht verleden tijd. Zij krijgen automatisch te horen of zij uit hun mond ruiken. Siemens werkt aan een speciale chip die in het mobieltje wordt ingebouwd en onprettige luchtjes ontdekt. Een woordvoerster van Siemens liet dinsdag weten dat de chip, van nog geen millimeter doorsnee, alle luchtjes in de directe nabijheid van de telefoon ontdekt, “van slechte adem en alcohol tot gassen”. Volgens de woordvoerster nemen veel mensen een goede lichaamsgeur “uiterst serieus”.”
Maarten ’t Hart
Op de lagere school leerden we dat je vijf zintuigen had: gehoor, gezicht, reuk, smaak en de
tastzin. Later, toen ik bioloog werd, kreeg ik te horen dat ’t onderscheid tussen reuk en smaak
niet scherp te begrenzen blijkt. In feite konden de papillen op de tong alleen onderscheiden
tussen zoet, zuur, zout en bitter. Van de neus kwam de echte verfijning, daarmee ‘proefde’ je of
iets lekker was. Bij mij is, al ben ik hard op weg naar de zestig, het gezichtsvermogen nog steeds
voortreffelijk. De kleinste lettertjes kan ik nog lezen. Ik denk niet dat ik ooit een (lees)bril nodig
zal hebben. Ook mijn gehoor kan er nog aardig mee door. De sprinkhaanrietzanger zingt zijn ijle
hoge liedje net boven mijn waarnemingsvermogen, maar aangezien dat vogeltje toch niet in mijn
tuin nestelt is dat niet zo heel erg.
Maar mijn reukvermogen holt al jaren achteruit. Vergeleken met m’n vrouw kan ik bijna geen
enkel stankje meer waarnemen. Nu is dat een algemeen verschijnsel. Vrouwen ruiken beter dan
mannen, in ’t algemeen zelfs 10 keer beter, terwijl mannen in het algemeen een beter gezichtsvermogen
hebben. Haast alle vrouwen zijn een beetje bijziend. Het vrouwenoog is een grote
miskleun van de schepper. Het eigenaardige is: kun je niet meer zien, dan zeg je dat iemand
blind is. Kun je niet meer horen dan ben je doof. Maar als je zoals ik amper nog kunt ruiken?
Daar bestaat geen woord voor. En omdat er geen woord voor is, blijkt er ook niets aan te doen te
zijn. Wie slecht ziet, kan een bril opzetten. Ben je en passant in de zomer ook beschermd tegen
al die beestjes die je oog invliegen als je op de fiets zit. En ben je met min vijf ijdel, dan kun je
contactlenzen bestellen. Wie slecht hoort, kan zo’n prachtig modern gehoorapparaatje achter zijn
oorschelp steken.
Maar als je slecht ruikt, kun je een snuffelprothese wel vergeten. Die bestaat gewoon niet. Je
moet er maar in berusten dat je die afzonderlijke scherpe geur van ’t blauwsel dat je moeder in
de was deed nooit meer zult kunnen opsnuiven. Wat een onrecht is er toch in de wereld! Waarom
wordt er niets gedaan voor de slecht ruikenden? Ben je blind, dan krijg je subsidie voor een
geleidehond. Daar honden ware reukwonderen zijn, zou je juist veel meer voor de hand liggen
om aan slecht ruikenden een subsidie te verstrekken voor een snuffel-geleide-teckel.
Maar, zult u zeggen: als je niet meer kunt ruiken, heb je ook nooit last van stank. Dat is juist, maar
dat betekent ook dat je bijvoorbeeld geen gevaarlijk levensbedreigend gas meer ruiken kunt. Ook
ruik je niet of je sokken in de was moeten. En je ruikt ook al die lekkere luchtjes en lokstoffen niet
meer waarmee meisjes mannen proberen te versieren. Zou hier nu echt niets aan gedaan kunnen
worden? Zou er niet een chip in de neus aangebracht kunnen worden die werkt als geurversterker?
Of misschien is neusslijmvliesvliestransplantatie mogelijk, net zoals je ook hoornvliestransplantatie
hebt.
Het is toch te gek dat mensen met slechtere ogen op elke straathoek terechtkunnen voor een
bril, maar dat je volledig in de kou blijkt te staan als je haast niets meer kunt ruiken. Vroeger ging
ik naar de begraafplaats waar mijn vader de scepter zwaaide. Dan rook ik die tintelende geur van
de groen uitgeslagen tinnen vazen. Soms zie ik bij een begrafenis zo’n vaas op een afgelegen
graf. Ik ren erheen, maar ruik totaal niets. Het is geen ramp, maar doet toch veel pijn.
Willem Wilmink Waar is die heerlijke geur van weleer Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer Op zaterdagavonden werd in een teil De schare gereinigd met boender en dweil De teil zat vol water, maar ’t water ging schuil Onder schubben van zeep en van andermans vuil Waar een leger van luizen verdwaasd in verdronk Je was blij dat je leefde en blij dat je stonk Waar is die heerlijke geur van weleer Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer We hadden een handdoek voor ’t hele gezin Je droogde je af en dan snoot je erin En als dan die handdoek niet natter meer kon Dan werd ie gewoon weer gedroogd in de zon En ook door die keiharde handdoek mijn kind Stonken wij alleen een uur in de wind Oh waar is die heerlijke geur van weleer Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer De school, het kantoor, de fabriek en de bank ’t was alles vervuld van een stevige stank Wij veegden ons gat altijd af met een krant Wij kenden slechts drukinkt als deodorant Je had nooit een ziekte, behalve een zweer Want elke bacil viel bewusteloos neer Oh waar is die heerlijke geur van weleer Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer Bacteriën kwamen er nooit in ons huis Die schrikten wij af met de geur uit ons kruis Geen virus al was het ook handig en snel Kwam ooit door de korstige laag op ons vel Dus wie er de dood onder ogen moest zien Die was nooit veel jonger dan honderd en tien Oh waar is die heerlijke geur van weleer Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer Oh waar is die heerlijke geur van weleer
verhaal 3 “(…)ik heb bijvoorbeeld een douchegel die ik heel lekker vond ruiken. Als ik deze gebruik in dezelfde situatie als toen ik nog van de geur genoot, dan kan ik me gek genoeg de geur herinneren, en hoef ik hem niet meer te missen.”
Sjirk Kuiper
“Kun je het dan omschrijven”, vroeg mijn vriend terwijl
we de stad uit fietsten. Ik had het gesprek onderbroken
voor een luide weeklacht over de berg
kippenstront die daar bij dertig graden lag te dampen
aan de rand van een pas gemaaide akker. Ruik jij dan
niets stamelde ik, vechtend tegen een opstandige
slokdarm. Daarop beleed hij mij zijn handicap: “ik ben
sneuf. Dus help me; omschrijf de stank.”
Welke taal laat een blinde zien wat karmozijn is, welk
beeld vertelt een dove hoe Mozart klinkt? Het ontbrak
me aan woorden om deze dikke wolk van vervluchtigend
kippedrek tastbaar te maken, haar valse geur te
nuanceren ten opzichte van een eerlijke varkens- of
rondborstige rundermest. Ik probeerde uit te leggen
dat de boerderijen van mijn kleutertijd heel anders,
zoetkruidiger en dierlijker roken dan een moderne stal.
En dat ik daarom door pijnlijke melancholie getroffen
word als ik ineens ergens een flard “Dwingelo 1970”
opsnuif. De heimwee die zo’n geurkrul van vroeger
oproept, is sterker dan een album vol jeugdfoto’s.
Hij hoorde het welwillend aan, maar volhardde in zijn
sneufheid. Aarzelend gaf ik toe dit woord niet te kennen.
“Dat kan kloppen” zei hij; “Ik heb het zelf moeten
bedenken. Wie niet horen kan is doof; wie niet ziet is
blind. Maar voor wie niet ruiken kan, toont onze taal
geen erkenning. Noem mij daarom en sneuve. En als
het in je macht ligt: introduceer dat woord in onze
taal. Snûf yn ’t Frysk, stel ik voor.
Uit Brits onderzoek is gebleken dat een op de vier
mensen niet goed kan ruiken. Dat varieert van een
snufje sneuvig tot volslagen sneufheid bij naar schatting
8 procent van de westerse bevolking. Veel ziekten
zijn naar hun ontdekker genoemd. Dus laten we dit
“Het syndroom van Kuijper” noemen, suggereerde
ik nog; sneuf klinkt zo sneu. “ja maar dat is het ook”
sprak hij tot mijn beschaming.”
"Goed is het allemaal nog niet, dat bleek wel vanmiddag toen ik melk probeerde warm te maken, het gas had aangestoken...."
14.12.2009
Ieder lid met een geregistreerd e-mail adres heeft een wachtwoord ontvangen.
11.12.2009
Na vele maanden van noeste arbeid is het eindelijk zo ver. De nieuwe website is een feit.